Terug naar het overzicht
Aardbei Elsanta 13cm foto 1

Elsanta

Fragaria x ananassa Elsanta

Elsanta is het ras dat vrij algemeen door de professionele tuinder gebruikt wordt. Een top-ras maar niet de gemakkelijkste.

Elsanta heeft stevige en sappige aardbeien met een vrij sterk aroma en een goede smaak. De aardbeien zijn lang houdbaar.
Het is een opgaand planttype met een zeer hoge productie goede stevigheid en grote houdbaarheid van de vruchten. Elsanta kan worden gebruikt voor allerlei teelten zowel binnen als buiten, maar is moeilijk sterk te forceren.

De productiviteit is zeer hoog, evenals het percentage eerste kwaliteit aardbeien. Elsanta is weinig vatbaar voor vruchtrot, tamelijk vatbaar voor stengelbasisrot, vatbaar voor meeldauw, roodwortelrot en zwartvruchtrot, en zeer vatbaar voor verwelkingsziekte (verticilium).

PLANTEN


Jan

Feb

Ma

Apr

Mei

Jun

Jul

Aug

Sep

Okt

Nov

Dec

OOGSTEN


Jan

Feb

Ma

Apr

Mei

Jun

Jul

Aug

Sep

Okt

Nov

Dec

Meer informatie

Algemeen

Teelttips

Je hebt 2 soorten aardbeien: zomerbloeiers/junidragers en doordragers.

  • Doordragers geven aardbeien over een lange periode. Dit betekent dat je van één plant gedurende langere tijd vruchten kunt plukken maar dit betekent ook dat het plantje wat meer zorg vraagt. Je moet namelijk om de aardbeiplant in balans te houden met vaste regelmaat oogsten, blad wegnemen, scheuten wegnemen, enz.
  • Zomerbloeiers/junidragers zijn aardbeirassen die in een korte periode (3 à 4 weken) veel aardbeien geven. Je hebt dus een korte periode met veel vruchten wat betekent dat je in die periode de plant extra in de gaten moet houden. Vooral de watergift en de voedselvoorraad moeten optimaal zijn omdat de plant op een korte periode zwaar belast wordt.

Aardbeien worden best geplant tot half augustus, ten laatste 20 augustus. Want ze hebben nog een flinke groeiperiode in het najaar nodig om inwendig bloemen te maken. Zeker als de plantjes wat dunner zijn, is het belangrijk ten laatste rond 15 augustus te planten. Te laat planten geeft dan minder bloemen in het voorjaar.

Aardbeien worden pas om de vier, beter vijf jaar opnieuw op hetzelfde stukje grond geplant. Zeker de rassen die gevoelig zijn voor wortelziekten. Omdat aardbeien in het algemeen nogal gevoelig zijn voor Verticilium (verwelkingsziekte) is het beter om ze niet op een perceel te planten waar aardappelen of vlinderbloemigen hebben gestaan.

Aardbeien groeien best op gronden die in het voorjaar en de vroege zomer het water goed vast houden. Anderzijds mag er in de winter geen wateroverlast zijn. Het is daarom aan te raden aardbeien te planten op een licht verhoogd bed, zodat er zeker geen water blijft staan tijdens de winter.
Heb je een lichte grond (zandgrond) dan heb je 's winters geen problemen met wateroverlast, maar in het voorjaar wel met droogte. Vooral aardbeiplanten waarvan de vruchten aan het groeien zijn vragen voldoende water. Een iets zwaardere grond (leem, zavel) is ideaal voor aardbeien, zolang er 's winters geen stagnatie van water bij de planten optreedt.

Ideaal is de grond een viertal weken voor het planten al klaar te leggen. Zo kunnen de meststoffen zich verspreiden en is de grond voldoende bezakt om er dan een folie of doek over aan te brengen. Het doek of de folie leggen we dan best als de grond voldoende vochtig is.
Aardbeien houden niet van veel stikstof. Ook de soort meststof is belangrijk. Het gebruik van minerale meststoffen vlak voor het planten is gevaarlijk voor wortelverbranding. We gebruiken best organische meststoffen met een hoog kaliumgehalte en weinig stikstof, bijvoorbeeld 130 g/m² 6-5-10. Stalmest wordt gegeven aan de voorteelt, dat wil zeggen ten laatste in het vroege voorjaar. Goed verteerde compost kan wel nog voor het planten. Bekalken is bij een aardbeiteelt uit den boze, aardbeien verkiezen een iets lagere zuurtegraad van de grond.
Aardbeien groeien beter als je ze kan planten op een grondbedekking. Dit kan een zwarte folie zijn, maar beter is nog een worteldoek dat waterdoorlatend is.
Plant de planten in de rij 25 cm, de rijen op 70 cm en niet al te diep. Te diep planten veroorzaakt een slechte groei, net zoals te ondiep planten.

De planten worden na het planten goed aangedrukt en aangegoten. Zeker de eerste dagen regelmatig water geven. Daarna worden ze dagelijks nat gemaakt en bij zonnig weer meerdere keren per dag.

Na het planten verschijnen soms nog enkele uitlopers, deze worden verwijderd. Tot slot, ook in september kan het soms nog droog zijn. Geef dan ook nog wat water. Het is belangrijk dat de groei in de planten blijft zodat ze ongestoord kunnen verder gaan met de inwendige bloemaanleg.

Verwijder zeker in september de uitlopers zodat op dat moment alle energie naar de moederplant kan gaan.

Elsanta 2
Shutterstock 228615685

Deze website maakt gebruik van cookies om ervoor te zorgen dat u de beste surfervaring op onze website krijgt. Meer info